Noodsituatie in de eerste week werk!



Iedereen weet dat het moeilijk is tijdens je eerste werkdagen. Altijd het gevoel hebben iets te vergeten, niemand kennen, niet weten welke reactie gepast is als er onverwachte dingen gebeuren...

 

Hoe je omgaat met noodsituaties bepaalt alles in de zorgsector.

 

Lieselotte Van Impe, sinds enkele weken verzorgende bij Solidariteit voor het Gezin, weet er alles van. Lees hieronder hoe zij omging met een onverwachte noodsituatie. (-Red.)

Klein wit huis - alleenstaand

Om 5 voor 8 reed ik een smal straatje in langs een spoorweg, op zoek naar een ‘klein wit huis - alleenstaand’ om daar een bejaarde, alleenstaande man te gaan helpen. Na wat zoeken vond ik het verdoken huisje en parkeerde ik mijn wagen voor de deur. Langs de ramen hingen spinnenwebben en overal groeide onkruid. Met een bang, maar vooral nieuwsgierig hartje belde ik aan.

Geen reactie. In de verte hoorde ik een hond blaffen en een luidkeels fluitende vogel. Ik belde nogmaals aan maar nog steeds geen reactie. Ik stapte de gevel rond en klopte op verschillende ramen aan, maar ook dit bleef onbeantwoord. “Ben ik wel aan het juiste adres? Klopt mijn uurrooster wel? Zou meneer nog slapen?” Verschillende vragen spookten door mijn hoofd.

Ik besloot mijn sectorverantwoordelijke op te bellen, zij zou mij wel uit deze situatie redden. Maar aangezien zij het te druk had, nam iemand anders te telefoon op. Nadat ik de situatie had uitgelegd, besloot deze vrouw even te bellen naar de huistelefoon van meneer. Ze zei dat hij waarschijnlijk gewoon nog sliep. Nog geen minuut daarna hoorde ik aan de andere kant van de deur de telefoon gaan. Na enkele keren rinkelen, stopte het geluid. Een tiental seconden later werd het terug vervolgd. Alweer zonder respons.

Ik werd teruggebeld met de boodschap dat ze de zoon gecontacteerd hadden en hij mij zou binnenlaten. Aangezien iedereen kalm en rustig bleef, dacht ik dat dit waarschijnlijk niet de eerste keer was dat zoiets hier gebeurde. Ik ging dus gewoon terug in mijn auto zitten afwachten. Na 5 minuten kwam de zoon van meneer aan. Duidelijk in paniek stak hij zijn sleutel in het slot en liep hij naar binnen.

Het was een klein, donker huisje. De kachel brandde en het was er binnen om te stikken. Het bed was leeg maar zag er beslapen uit. Om de hoek bevond zich de keuken en de toilet. “Ik heb hem gevonden!” was het eerste wat ik uit de zoon zijn mond hoorde vallen. Ik stapte de hoek om, onzeker over wat ik daar zou aantreffen, en zag een oude, verwarde man in een benarde positie op de grond liggen. Met wazige ogen staarde de man voor zich uit. Hij kon amper een woord uitbrengen. De zoon schoot direct in actie en besloot de spoeddiensten op te bellen. Ik knielde bij de man neer en probeerde hem gerust te stellen en te achterhalen wat er gebeurd was.

“Hoe reageer je in deze situatie? Zal ik de man trachten te verplaatsen? Moet ik mezelf voorstellen?” De vragenmolen in mijn hoofd schoot weer in gang. Ik besloot de man te vertellen wat ik daar deed en hem te vragen wat er gebeurd was. Jammer genoeg wist de man niet meer hoe en wanneer hij gevallen was.

Toen de zoon zijn gesprek had afgerond stelde hij voor dat het misschien beter was om meneer te proberen rechtzetten. Door mijn cursus EHBO wist ik dat dit geen goed idee was. Gezien de man zijn leeftijd en de onzekerheid over hoe hij gevallen was, leek het onverantwoord hem te verplaatsen. Hij kon misschien iets gebroken of inwendige bloedingen hebben.

Ik besloot terug naar het bureau te bellen. Aan de andere kant van de lijn nam mijn verantwoordelijke vriendelijk en opgewekt de telefoon op. Toen ik haar had verteld wat er was gebeurd, stelde ze enigszins verbijsterd voor dat ik de situatie afwachtte. Wanneer de ambulance kwam om meneer naar het ziekenhuis te brengen, mocht ik mijn tocht verder zetten naar mijn volgende post.

Minuten leken uren te duren maar eindelijk zagen we de blauwe zwaailichten in de verte aankomen. Zij hadden natuurlijk ook moeten zoeken naar de kleine woning.

Na een kleine check-up besloten de spoedartsen meneer mee te nemen voor verdere onderzoeken. Ik probeerde mijn steentje bij te dragen door de baan vrij te maken voor de hulpverleners. Het was immers een klein huis en de meubels stonden allemaal dicht bij elkaar. Het hondje, de trouwe compaan van mijn klant, zat er versuft bij. Het leek alsof hij wist dat er iets mis was met zijn baasje.

Door het deurgat zagen we de ambulance wegrijden en de zoon bedankte me voor mijn inzet en snelle reactie. Ik liet mijn verantwoordelijke weten dat ik ging vertrekken naar mijn volgende post en stapte mijn wagen in.

Een diepe zucht. Mijn handen trillend op het stuur. Mijn gedachten bij die lieve, oude meneer.

In 1 week tijd heb ik zowel de positieve als de negatieve kanten van mijn beroep meegemaakt. Of ik dat erg vind? Iedere job heeft zowel zijn voor- als zijn nadelen. Het is hoe we met deze zaken omgaan dat je geschikt maken voor je job of niet. Ik ben blij dat ik direct heb kunnen meemaken hoe het is om ook in minder aangename situaties terecht te komen. Dit maakt me sterker en geeft me meer ervaring voor soortgelijke situaties in de toekomst. En hoewel ik weet dat het een deel is van mijn job, hoop ik gewoon dat ik dit nooit meer hoef mee te maken.

Andere artikels van deze auteur

Eenzame man

Vereenzaming is een probleem van onze tijd. Vooral bij senioren komt dit vaak voor. Er is weinig ergers dan geen gezelschap te hebben: een gedeeld leven is altijd een beter leven.

Lees het artikel

Verzorging: kletsnat en lachende kinderen

Kindjes zijn niet altijd de makkelijkste klanten voor een verzorgende. Zeker niet als het er vijf zijn! Lieselotte Van Impe, verzorgende bij SvhG, weet er alles van!

Lees het artikel
Contacteer ons