Vereenzaming is een probleem van onze tijd. Vooral bij senioren komt dit vaak voor. Er is weinig ergers dan geen gezelschap te hebben: een gedeeld leven is altijd een beter leven.

Lieselotte Van Impe, verzorgende bij Solidariteit voor het Gezin, deelt haar verhaal. (-Red.)

Onlangs las ik een artikel over de vereenzaming van ouderen. Dit is iets waar wij als verzorgenden wekelijks mee geconfronteerd worden. Meer en meer ouderen kampen met eenzaamheid wanneer vele van hun vrienden en familieleden hen jammer genoeg zijn voorgegaan.

Ongeveer 2 maanden geleden startte ik samen met een collega een nieuwe klant op. Mijn verantwoordelijke beschreef zijn woonplaats op de wijkwerking als “een klein huisje dat uitkijkt over lange velden.” Een omschrijving die de lading maar nauwelijks dekte want het uitzicht vanuit het kleine, grijze huisje is tijdens de ochtendglorie schitterend! De eerste ontmoeting verliep wat stroef omdat meneer slechthorend is en ik zelf al geen luide spreker ben. Het huisje was niet alleen klein maar stond ook volgestapeld met meubels. De vriendelijke, oude man wist zich echter steeds behendig een weg te banen door zijn zelfgebouwde hindernissenparcours.

Ik merkte meteen op dat meneer eigenlijk vooral behoefte had aan een babbel, want veel werk had hij niet voor ons. Tijdens onze gesprekken vertelde meneer urenlang over zijn overleden vrouw, zijn overleden zoon en zijn tijd als arbeider bij Jan de Nul. Zijn broers en zussen waren inmiddels ook al overleden en verder zag hij bijna nooit familie. Mijn hart brak wanneer ik zelf een traan van zijn wang zag lopen wanneer hij vertelde dat hij 11 jaar zorg gedragen had voor zijn dementerende vrouw.
Ongeveer een week geleden liet hij bij mijn aankomst meteen weten dat hij naar de winkel wou gaan met mij. “Jippie, een beetje actie!” ging er door mijn hoofd. Ik herinnerde me ook dat hij mij enkele gesprekken geleden had verteld dat hij het jammer vond dat hij nooit meer naar de begraafplaats kon gaan waar zijn vrouw en zoon lagen.

Ik trok mijn stoute schoenen aan (of moet ik zeggen: snow-boots? Het is tenslotte winter.) en besloot hem een voorstel aan te bieden. “Heb je geen zin om eens met mij naar de begraafplaats te gaan?” vroeg ik voorzichtig maar luid genoeg. Meneer rechtte zijn hoofd en antwoorde: “Zou jij dat met mij willen doen?” “Natuurlijk! Als we nu toch al buiten zijn om naar de winkel te gaan, kunnen we net zo goed even langs de begraafplaats passeren!” reageerde ik vol enthousiasme.

En dat deden we dus, na een kort bezoek aan de plaatselijke supermarkt reed ik door naar de begraafplaats van Sint-Lievens-Houtem. Met een gure, ijzige wind op ons gezicht stapten we rustig de begraafplaats af. Hier en daar stopte meneer aan een graf en vertelde hij wie deze persoon was. Het waren bijna allemaal overleden vrienden of collega’s waar hij vroeger mee gewerkt had.

Toen kreeg ik een krop in mijn keel. Wat triestig is het toch om zo oud te worden. Maar het is jammer genoeg iets waar we niet omheen kunnen. Ik denk dat je op hoogbejaarde leeftijd al wat sneller aanvaard dat niet iedereen even oud als jij mag worden.

Het graf van zijn vrouw lag er een beetje beroerd bij. Je moest al heel goed kijken om de naam te kunnen lezen die op de zerk geschreven stond. Bloemen of beeldjes waren ver te bespeuren.
“Wat is het toch jammer dat die letters niet meer leesbaar zijn...” jammerde hij.

Het toeval wil nu dat mijn vader al jaren een zelfstandige steenkapper is dus stelde ik voor om even een offerte te gaan vragen bij mijn papa later op de week, om de letters terug in te kleuren. Meneer keek dankbaar op en bedankte mij voor de zoveelste maal vandaag. We stapten verder naar het graf van zijn zoon. Hier bleven we wat langer staan. De stilte en kalmte die de begraafplaats uitstraalde, voelde ik tot in mijn lichaam binnendringen. Het fluiten van de overvliegende musjes was het enige wat ik hoorde.

De stilte werd doorbroken door een diepe zucht en de woorden “Het mocht niet zijn…” gevolgd door enkele tranen. Mijn hart brak alweer in stukjes en ik trachtte de man zo goed mogelijk te troosten.
Na enkele minuten besloot hij dat ons bezoek lang genoeg geduurd had en het tijd was voor een tasje warme koffie dus keerden we terug naar mijn wagen. In de wagen draaide de oude man zich naar me toe en zei hij dat hij zo gelukkig was dat hij na jaren eindelijk nog eens naar de rustplaats van zijn geliefden kon gaan.

Voor mij alweer een dag vol voldoening. Ik hoor mezelf 5 maanden geleden tijdens mijn sollicitatie nog vertellen dat ik mezelf heel empatisch kan opstellen en ik het belang van anderen zeer belangrijk vind. Nogmaals prijs ik mezelf gelukkig dat ik mezelf toch al goed kan inschatten want nu weer merk ik hoe belangrijk deze job voor mij is.

Dankzij ons kan meneer nu wekelijks zijn verhaal kwijt en komt hij eens naar buiten door met ons naar de winkel te gaan.

Ik ben er mij zeker van bewust dat dit niet overal het geval is en dat er nog steeds heel wat ouderen snakken naar een babbel en een luisterend oor. Maar na dag samen met meneer weet ik zeker dat er toch minstens eentje minder is. 

Andere artikels van deze auteur

Noodsituatie in de eerste week werk!

Iedereen weet dat het moeilijk is tijdens je eerste werkdagen. Altijd het gevoel hebben iets te vergeten, niemand kennen, niet weten welke reactie gepast is als er onverwachte dingen gebeuren... 

Hoe je omgaat met noodsituaties bepaalt alles in de zorgsector.

Lees het artikel

Verzorging: kletsnat en lachende kinderen

Kindjes zijn niet altijd de makkelijkste klanten voor een verzorgende. Zeker niet als het er vijf zijn! Lieselotte Van Impe, verzorgende bij SvhG, weet er alles van!

Lees het artikel
Contacteer ons