Stefaan Noreilde, directeur Thuisverpleging, over de toekomst van de thuisverpleging

Wat mag men verwachten van de komende jaren?


Dag Stefaan, hoe bevalt het je bij Solidariteit voor het Gezin?

Ik ben nu vier en half jaar directeur van de thuisverpleging bij Solidariteit voor het Gezin. Een ongelofelijk boeiende en bovenal relevante job! In een samenleving waar mensen almaar ouder worden, is het overduidelijk dat mensen langer willen thuis wonen. Daar via de thuisverpleging rond werken, vind ik fascinerend. Anderzijds is het voor mij ook boeiend vanuit mijn opleiding als jurist.

Hoe ziet u de toekomst van de thuisverpleging?

Ik denk vooral dat de thuisverpleging in de toekomst een prominentere plaats gaat innemen in de zorgsector, mede door technische evolutie. Dat verhaal zal geloof ik drie verschillende facetten omvatten. 

Het eerste facet is dat thuisverpleegkundigen zich meer zullen moeten specialiseren. Zo heeft minister De Block samen met de sector het aantal ligdagen in ziekenhuizen proberen verminderen. De reden hiervoor is natuurlijk dat dit een zeer hoge kostprijs heeft, maar evenzeer dat mensen meer en meer zo snel mogelijk naar huis willen. Onze verpleegkundigen zullen zich dus technisch meer moeten specialiseren dan in het verleden om te kunnen voldoen aan de vraag naar specialistische thuiszorg.

Het tweede facet is dat er meer en meer interdisciplinair zal worden samengewerkt. Mensen die bv ouder worden en zwaar hulpbehoevend zijn, willen langer thuisblijven om de stap naar een woonzorgcentrum zo lang mogelijk uit te stellen, waardoor de vraag naar thuisverpleging wederom enorm stijgt. Enkel als de thuisverpleging zeer goed samenwerkt met anderen in de 1ste en 2de lijn, zoals de huisarts, de gezinszorg en de mantelzorger zal men er samen voor kunnen zorgen dat een oudere, zwaar hulpbehoevend persoon kwalitatief thuis kan vertoeven.

Het derde facet van het verhaal is zorg op afstand. Mensen willen langer thuisblijven en het aantal chronische patiënten stijgt enorm. Om dat allemaal te kunnen bolwerken kan je niet alles louter met personeel gaan doen. De zorgsector kan dus niet anders dan meegaan in de digitalisatiegolf. De juiste technologie kan door het automatisch bijhouden van bepaalde vitale parameters bij patiënten de thuishulp veel efficiënter laten verlopen.

Draadloze toestellen kunnen bv bij diabetespatiënten het glucoseniveau in het bloed meten en die gegevens dan via app op een tablet of smartphone doorsturen naar een zorgcentrale – iets waar we bij Solidariteit voor  het Gezin trouwens binnenkort mee van start gaan. In die zorgcentrale gaat de computer dan, gebaseerd op bepaalde algoritmes, al dan niet alarm aangeven.  Een ander voorbeeld is het installeren van sensoren bij mensen met dementie, zodat een zorgcentrale vanop afstand kan opvolgen of die persoon aan het slapen is, niet aan het dwalen slaat of neervalt. Zorg op afstand kan allerlei vormen aannemen.

Je voelt dus dat de thuisverpleging almaar uitdagender wordt!

U ziet thuisverpleegkunde zo evolueren dat de job meer veeleisend zal worden voor thuisverpleegkundigen. Hoe kan men deze job dan aantrekkelijker maken voor jongeren die overwegen aan de studie te beginnen?

De job wordt niet enkel veeleisender, er is ieder jaar ook meer vraag naar verpleegkundigen dan het jaar voorheen! Minister Vandeurzen heeft de laatste 5 jaar al maatregelen getroffen om de instroom in de richting verpleegkunde te vergroten, en er is verbetering merkbaar. Maar in zijn totaliteit is de instroom nog altijd ontoereikend om te voldoen aan de vraag.

Hoe zou u Minister Vandeurzen dan adviseren?

(Lacht) Dat is geen evidente vraag. Als men kiest voor een zorgberoep dan weet men dat de work-life balance niet eenvoudig is. De zorg start niet om 8u ’s ochtends en  stopt niet om 5u ’s avonds. Zorg is iets dat 24 op 24, 7 dagen op 7 moet gebeuren, ook in de thuiszorg. In de toekomst zal deze vraag allerminst verkleinen. Dit is dus niet enkel voor de sector of de overheid een uitdaging, maar voor iedereen.

Het meest voor de hand liggende om dit beroep aantrekkelijker te maken is natuurlijk dat men de mensen correct verloont. Maar verloning alleen is zeker niet alles. Het is ook aan organisaties als de onze om mensen zo goed mogelijk te ondersteunen zodat zij zo weinig mogelijk afgeleid worden door administratieve verplichtingen. Verpleegkundigen zijn geen administratieve medewerkers en horen dit ook niet te zijn. Dit staat in de weg van zowel de feitelijke zorg als van het persoonlijke aspect dat zo centraal staat in de thuisverpleegkunde.

Het RIZIV tracht een minderheid die fraudeert ten koste van de sociale zekerheid tegen te werken door altijd maar extra administratieve verplichtingen op te leggen aan verpleegkundigen. Maar iemand die echt wil frauderen zal zich hiervan niets aantrekken, waardoor de overgrote meerderheid die niet wil frauderen er wel een pak administratie bijkrijgt. Er moeten dus betere oplossingen zijn.

Omdat er in de toekomst nog meer flexibiliteit verwacht zal worden van thuisverpleegkundigen, moet men boven alles respect hebben voor de mensen die dit beroep willen uitoefenen. Maak het beroep aantrekkelijker door vanuit de sector goed te verlonen en vanuit de overheid mensen niet te belasten met teveel administratie.

De overheid zet in op de bundeling en integratie van informatie in de verpleegkunde: vindt u dat de gewone burger genoeg is geïnformeerd over deze trend?

Ik denk dat de sector nu een enorme evolutie aan het meemaken is en dat veel zorgverstrekkers meer en meer hun informatie zullen delen. Ik heb daar hoge verwachtingen over. Het is absoluut noodzakelijk dat de parameters die een verpleegkundige opmaakt uit een bezoek aan een klant gemakkelijk geconsulteerd kunnen worden door bv een huisarts en dat omgekeerd de verpleegkundige ook gemakkelijk kan communiceren met de huisarts.

De sector heeft nog 4 à 5 jaar hard werk voor de boeg voor we van een dergelijk systeem zullen kunnen spreken. Daarbij is het inderdaad belangrijk dat overheid het volk informeert. De patiënt moet immers getoond worden dat deze evolutie vooral voor hem een meerwaarde betekent. Pas dan zal er een besef groeien over het belang van deze ontwikkeling.  Men moet ook nog duidelijker maken dat de informatie die we van het volk capteren ook daadwerkelijk van hen blijft. Informed consent moet immers altijd gevraagd worden. Het is al zeer gemakkelijk om via het onlineportaal van de overheid aan te duiden wat met de informatie over iemand mag gebeuren, maar het is inderdaad zo dat veel mensen hiervan niet op de hoogte zijn.

Contacteer ons