Jacqueline is mijn naam, ik ben geboren in 1929 en ik verblijf sinds augustus 2006 in het Zorghotel van Solidariteit voor het Gezin. Hier word ik aangesproken met mevrouw Deraeve.
Als dochter van een politieagent en een rasechte huisvrouw ben ik geboren en getogen in Gentbrugge. Na mijn studies nam ik een winkel over met papierwaren allerhande, schoolgerief, kaartjes, kranten … ik leefde voor mijn winkel, werkte hard. Ik was een fiere en graag geziene vrouw, in gans de gemeente bekend. De oorlogsomstandigheden dwongen me “mijn winkel” op te geven, ik werd gerante in een soortgelijke zaak, die ik weerom helemaal ter harte nam. Ik heb me altijd zelfstandig en gewaardeerd gevoeld, door mijn klanten en daarna ook toen ik een korte periode als bediende heb gewerkt nadat de winkel werd overgelaten.
Een twaalftal jaren geleden begonnen de fysieke problemen: een eerste heupoperatie die niet het verwachte resultaat gaf. Alleen wonen werd moeilijk en samen met mijn dochter hebben we een huis gehuurd en ingericht: beneden was mijn “studio”, het eerste verdiep was het “territorium” (zo noemt ze het altijd) van Linda. We woonden samen en toch had elk zijn eigen privacy. Dan volgt zowat het gekende verhaal van ouder worden: osteoporose, artrose, operaties aan beide ogen … het ligt niet in mijn aard te klagen, dus dat doe ik het hier ook niet, maar de pijn was niet meer te dragen. Ik kon niet meer stappen, raakte in subcoma door leverproblemen … met een aantal spoedopnames tot gevolg.
Alle mogelijkheden van thuiszorg werden aangesproken: alarmsysteem, thuisverpleging, ziekenoppas, … ik was “thuis” en dat was het enige wat telde want zoals velen had ik een heilige schrik van een “home”. Ook mijn moeder verbleef op het einde van haar leven in een “home” en is er gestorven. Die schrik was sterker dan de angst die ik had toen ik alleen thuis was. Een tweede heupoperatie drong zich op en gebeurde in maart 2006. Een prachtteam dokters heeft er mij doorgetrokken, genezen ging traag maar ik had voor de eerste keer sinds jaren minder pijn. Een moeilijke revalidatie begon maar stappen kwam niet echt meer op gang, de schade was er en was niet meer te herstellen.
Over het revalidatiecentrum wil ik niet veel kwijt, misschien alleen dit: respect voor de mens was daar ver te zoeken. Daar had ik nog maar eens het bewijs dat ik naar huis terug moest, kost wat kost. Maar … toen begon, misschien mag ik wel zeggen, de hardste strijd van mijn leven. De dokter sprak het fameuze zinnetje uit “terug naar huis gaan is niet verantwoord, ook niet met alle mogelijk thuiszorg, je zou je best laten inschrijven in RVT’s …”
Mijn antwoord: “dat nooit”! Ik kreeg onmiddellijk het beeld van mijn moeder.
* * *
Mag ik hier als dochter even tussenkomen. Het was inderdaad voor ons beiden een verschrikkelijk jaar. De opnames, operaties, de zorgen … Hoe zeg je dan uiteindelijk aan je moeder dat ze niet meer naar huis kan komen, dat de dokter het niet verantwoord vindt en ik naar de dokter wil luisteren, want diep vanbinnen voelde ik ook wel dat het niet meer kon. Toch bleef er dat verzet in ons tot we er samen konden over praten:
- een RVT hoeft niet persé negatief te zijn
- het is niet meer zoals vroeger
- we kunnen elk ons eigen plek hebben en het toch nog goed hebben samen …
Dit zei mijn verstand, dit zei ik ook aan mama, mijn gevoel sprak helemaal anders maar het “moest” en alle stappen werden ondernomen.
Mama werd dan ingeschreven in verschillende RVT’s, ik ben ze allemaal gaan bekijken. In één van de betere was er een jarenlange wachtlijst, in andere zou ik ze nooit gelaten hebben.
Ik wist dat het zorghotel van Solidariteit voor het Gezin af was maar dacht “daar zullen wij wellicht geen kans maken”. Een eerste bezoek, een eerste indruk : dit is geen RVT, dit is niet wat vroeger een “home” was, zo’n luxe had ik nergens nog gezien. Hier is ruimte, hier zijn mooie kamers, hier zijn mensen met een hart aan het woord die info geven, die zo zorgzaam omgaan met de bewoners. Er viel een pak van mijn hart: er was een plaats vrij voor mijn mama!
* * *
Inderdaad: op 24 augustus kwam ik in het Zorghotel wonen. Ik bewonderde de mooie kamer en ook, iedereen was hier vriendelijk, hier werd ik terug met respect behandeld! Geen middeleeuwse toestanden, geen lange gangen, geen ziekenhuisgevoel maar een warm onthaal en verpleging en verzorgenden die meteen klaar stonden en bezorgd waren om mijn welzijn.
Ondertussen ben ik het hier al heel goed gewoon en ik woon hier graag: we eten samen in de lounge (keuze uit meerdere menu’s alstublieft), twee maal in de week samen turnen … Regelmatig wordt iets georganiseerd, alles wordt gevierd: kerst en nieuwjaar, carnaval … en heb ik geen zin om mee te doen dan word ik niet verplicht, stimuleren en aandringen daar zijn ze hier wel goed in. De familie wordt ook betrokken bij de feestjes, bij de bewonersraad ja dat hebben we ook, er wordt naar ons geluisterd, we hebben hier inspraak!
Ik kom hier mensen tegen die me vragen “ben je niet Jacqueline van de Schooldreef, van de papierwinkel”. Dat doet zo’n deugd.
Ik heb een hele mooie, ruime, volledig ingerichte kamer met voltapijt, een TV zoals ik er nog nooit één gezien heb, een aparte badkamer. Alle dagen helpt de zeer professionele verpleging mij, een pracht van een kinesiste maakt dagelijks met mij een wandeling want wat ik nog kan wil ze zo houden en zelfs nog verbeteren, de verzorgenden komen kijken of alles in orde is, mijn kamer wordt netjes gepoetst … ik voel me goed en gerust. Mijn deurke staat altijd open, dan komt Nadia al eens binnen met nieuwe “kandidaten” naar mijn kamer kijken. Ik hoor de mensen aan de verpleegpost lachen, babbelen … hier wordt geleefd!
Mijn bezoekers zeggen dikwijls dat ik er jaren jonger uitzie, hoe kan het ook anders.
Samen met mijn dochter ga ik al eens naar het restaurant van de serviceflats eten, een dagschotel, een ijsje … we kijken soms samen TV of babbelen wat …
Deze boodschap wil ik hier toch graag aan toevoegen voor ieder die er aan denkt of genoodzaakt wordt een ouder of familielid “af te staan”: geef ze niet het gevoel dat ze gedumpt worden, achtergelaten zonder bezoek of betrokkenheid van de familie want dit kunnen de mensen hier niet “forceren” hoe ze ook hun best daarvoor doen.
* * *
Als dochter kan ik zeggen: ik ben gerust, er wordt voor mama gezorgd op een manier die ik niet had durven hopen.
Het gevoel “hier zou ik zelf willen wonen” moest ik hebben en het is er.
Mama heeft haar veilige plek, haar “thuis” en dat maakt me gelukkig. |