Français / Frans 25 jaar thuisverpleging
 
 
GETUIGENIS VAN EEN KLANT VAN DE DIENST POETSHULP

Lucien Rowan (87) maakt ruim twintig jaar gebruik van Solidariteit voor het Gezin.
“Het is een prachtige instelling met goed personeel dat ook goed gerund wordt.”

“Ik maak al zeker twintig jaar gebruik van Solidariteit voor het Gezin. Toen mijn vaste poetsvrouw niet meer kon komen deed ik beroep op de dienst Solidariteit voor het Gezin. Van meet af aan kwam er bij mij een keer per week een poetsvrouw en trouwens, nog steeds. Occasioneel deed ik ook al eens beroep op de karweidienst en op de thuisverpleging.

Solidariteit voor het Gezin is een ‘magnifieke’ organisatie. Ik heb bovendien heel de evolutie meegemaakt van kleine dienst tot de huidige toestand. Het is een prachtige instelling met goed personeel dat ook goed gerund wordt. Het is een positieve organisatie, waar ik echt niets op kan aanmerken.

Mijn huidige poetsvrouw komt al vijftien jaar bij mij. Ik ben uitermate tevreden over haar. Ze is proper, ze is gedienstig, stipt en ze rookt niet. Ze is discreet, ze kan zwijgen en terwijl ze hier werkt hoor ik ze niet en stoort ze mij niet. Het is natuurlijk wel zo dat ikzelf niet al te lastig ben. Ik denk dat ze mij ook niet als een lastig iemand ervaart. Ik probeer haar goed te behandelen, zonder haar te bederven: ik bied haar steeds koffie en soep aan. Ik ben vriendelijk naar haar toe, maar toch met de nodige afstand en zeker zonder op haar neer te kijken. Qua materiaal krijgt zij van mij alle comfort: kuisproducten, stofzuigers en alle toestellen die ze nodig heeft. Mijn poetsvrouw kuist niet alleen, ze strijkt ook en doet soms de afwas. Voor de rest probeer ik mijn plan hier te trekken: koken en een deel van de was doe ik nog zelf. Ook houd ik eraan om zelf mijn boodschappen te doen. Op die manier zie ik mensen en kom ik tot een gesprek met iemand. Elke dag bezoek ik mijn vrouw in het rusthuis. Ze lijdt aan de ziekte van Alzheimer. In feite ben ik nu een weduwnaar met nog een levende echtgenote. Ik zou hier graag blijven wonen. Ik woon hier al zo lang en ik woon hier graag. De mensen kennen mij hier goed, ik ben hier als het ware de ‘chouchou’ van het appartement. Eigenlijk wil ik hier buiten gaan tussen zes planken.”